Langzaam waaiden ze weg.
Één voor één.
De wilde haren.
Door de wind gevangen.
In het gezicht geblazen.
De verkoeling.
De schier eindeloze rit.
Die was begonnen.
Het geronk van de motor overstemde vrijwel alle gedachten
De herinneringen aan een verloren jeugd bleven achter in het spoor van verplaatste lucht.
De druk was steeds maar toegenomen.
Het hoofd vol van idealen was bijna ontploft.
Geen indruk bleef meer hangen.
Volheid van zichzelf te eten bleef slechts weinig achter.
Bestand tegen de tegendruk van de maatschappij.
De uitlaatklep gesloten.
De inspiratie opgedroogd.
Samen met de tranen.
Vergoten om een verloren lief.
De duisternis die ook al geen troost meer bracht verlicht met enkel een lichtpunt van een brandende sigaret.
De frustraties afgereageerd op onschuldige passanten.
De vuisten bebloed.
Verkrampte spieren losgeweekt met alcohol.
Het hoofd benevelt.
Het achtergelaten spoor verwoestend.
Niets dat was meer voor eeuwig.
De pijn die had het innerlijk verscheurd.
Uit één persoon ontstonden twee.
Later nog meer.
Het complex begon te kwellen.
Het genie dat was vermoord.
De opsluiting in eenzaamheid zichzelf te pijnigen.
Voor weken.
Geen genade.
Noch troost gevonden.
Geen schouder breed genoeg.
Doorweekt het shirt.
Zweet en tranen vermengt met bloed.
Het hoofd meermalen gestoten.
Tot bezinning gebracht en het besluit genomen.
Even ondoordacht.
Als was de ware aard nog niet doorgedrongen tot het bewustzijn dat was verloren.
De ziel die was verkocht.
Om zomaar samen met z’n tweeën op weg te gaan.
We zien wel waar we stranden.
Onderweg of in de berm.
De afgrond ingereden.
Met volle vaart de bocht uitgevlogen.
De stemmen voeren luidkeels een dialoog in gedachten.
Alleen voor ingewijden.
Door geen ander te begrijpen.
De weg lag open.
De ogen waren gesloten.
De wereld raasde voorbij.
In duizelingwekkende vaart.
Ging heen de tijd.
Verloren zonder te gokken.
Het einde tegemoet.
Ergens moet deze weg toch ook eens ophouden.
Te bestaan.
Al was het slechts in gedachten dat hij was gemaakt.
De wielen bleven maar draaien.
Evenals de gedachten
Draaiden door de twee persoonlijkheden.
Gezamenlijk gevlucht.
Voor nog vreemdere gedachten.
Te rijden op de wind.
Het asfalt op.
Rubber verbrand.
Een spoor van zwarte gedachten.
Een stem uit niemandsland.
De verlokking gehoord.
Het zingen der sirenen.
De storm die is opgestoken.
Niets kan nog weerhouden de drang om zichzelf te profileren.
Voorbij de angst om over lijken te lopen.
Het gaan is ook bestaan.
Verwarde identiteiten.
Schreeuwen om het hardst.
Niet om gehoord te worden
Slechts om te overstemmen.
De rede is achtergelaten onderweg.
Niet meer in te halen.
De snelheid duizelingwekkend.
Het plan dat nooit is bedacht.
De vorm die het begint te krijgen.
Ook al is het slechts een bedenksel van het brein dat zichzelf nooit heeft willen kennen.
De weg naar binnen bleek steeds langer dan verwacht.
De tocht vol te houden vergde meer kracht dan gedacht.
Makkelijker was de weg die al zovelen hadden betreden.
Achter zich te laten.
Wat was is nu voorbij.
Het heft uit handen gegeven.
De overgave aan de machine.
De kronkels in het beleven.
Onderweg.
Onder weg.
 
 
 
 
 
 

Reageer op dit bericht