Op zoek.
Op zoek.
In stille nachten
Doolt hij door verlaten straten
Heeft gehoord van het gevoel

Zoekt vergeefs is stille stegen
Kijkt door gesloten gordijnen
Naar het vele licht
Lach en gezang klinkt versterkt door lege panden
Verlaten door wie nog kon
Voor het te laat was.
Om de hoek ligt daar de kerstman?
Adem ruikt naar rum.
Rode jas en witte baard.
Kan het zijn?
Of is het slechts een junk?
Klinkt daar een laatste rochel.
De jas was bruin,
het rood
het bloed.
Van iedereen verlaten laat hij z’n laatste adem.
Een verhaal onvoltooid.
Dat door niemand ooit zal worden gehoord.
Anoniem zo als hij heeft geleefd.
Zoekt hij verder in een andere wijk.
Heeft gehoord van de verlichting.
Is dit nu wat wordt bedoeld?
Duizenden kleine lichtjes in het donker.
Brengen sfeer.
Maar waar is nu de boodschap.
Die moet nog worden gedaan.
Tafels gedekt met overvloed.
Sfeer in groen en wit.
Al die glimmende gezichten.
Vet en toch voldaan.
Blijven vragen om meer.
Alleen lijkt niemand echt te zoeken.
Naar de reden van z’n bestaan.
Ben ik overbodig soms?
Zo op zoek naar niemand anders dan mezelf.
Gespiegeld in glazen ruiten.
Beslaat de hete adem.
Bevriest het zicht.
Staat niemand hier te wachten op het licht.
Blijft hij maar even zitten op een stuk hout.
Niet te lang het is zo koud.
Klinkt in de verte al de sirene.
Uit de lichtbundel de vraag.
Wat heeft u hier te zoeken?
Dat is precies wat ook ik me afvraag.
Maar het antwoord moet ik schuldig blijven.
Dus ik vervolg beschuldigt snel mijn tocht.
Waar is nu die kerstgedachte?
Ben ik dan zo vreemd?
Is er echter wel een gevoel daarachter?
Ben m’n voeten moe aan het lopen.
Nergens een glimp te bekennen van die blijde boodschap.
Of het moet al zijn van de grossier.
Al die lichtreclame maakt mijn ogen wazig.
Beloftes van beloftes.
Tranendal van hoffelijke zonden.
Nietsvermoedend zuigen lege geesten de valse boodschap op.
Koop uw geluk op al die dagen in een fles of glas.
Bedek uw zoete dromen met een laagje smakeloosheid,
Bubbels komen uit uw neus en ogen tranen.
Het vlees is gaar of net niet.
Vergeet het lijden met het aansnijden van de dis.
Maak uw maag toch tot een moordkuil, niet uw hart.
Kijk de andere kant op als u ellende krijgt aangeboden uit den vreemde.
Dat is voor door de koffie die niet zuiver is.
Coca cola geeft uw leven licht.
Rendieren in neon en gesneden op het bord.
De kerstman die is gestorven aan een overdosis vet.
Mac heeft hem vetgemest en geeft een kind dat wacht op leven een gulle lach.
Dat verkoopt die burger.
Zoek het geluk in lege woorden.
Uw voer gebakken lucht.
Zomaar wat flarden spelen door m’n hoofd.
Terwijl sterren twinkelen richt ik m’n blik omhoog.
Weldra zal de ochtend gloren.
Weer een nieuwe dag met nieuwe hoop.
Zal nog wel eens verder zoeken.
Nu is het toch nooit te laat.
Laat die vreemden nu maar slapen.
Ik weet tenminste dat ik waak.
En mocht ik ooit wakker worden, laat mij dan de droom.
Nu leg ik mijn hoofd te rusten.
Draai me om en denk dat ik leef.
Tijd om wakker te worden in een vreemde wereld.
Ga vandaag maar eens op zoek.
Weet nog niet waar naar.
Heb zo’n vreemd en onbestemd gevoel.
Heel diep van binnen.
Hoor ik ergens een stem.
Luister ik naar de stilte.
Voel alleen de rust.