Het kleine mannetje met het Harry Potter gezichtje keek beduusd voor zich uit.
Zijn kleine knietjes deden pijn. Pijn van het kruipen. Hij was net op zijn knieën gevallen om vergeving te vragen aan de hele wereld voor iets wat helemaal niet zo erg beledigend bleek en de wereld te vertellen dat het niet zijn schuld was, eh niet onze schuld was, en dat hij het niet had gedaan, eh…wij het niet hadden gedaan.
We wisten van niets. Hij was bang en vroeg nogmaals vergiffenis voor wat nog niet was gedaan of gezegd door hem of ons en hij of wij zouden ook nooit het gedaan hebben.
Zo, dat was stap één. Daarna was hij slijmend als nooit tevoren zomaar afgestapt op ome France, tante Merkel en gotfather Bush. Alstublieft grote leiders, steun ons voor het te laat is. Laat ons al die verschrikkelijke dingen die ik droomde niet overkomen.
Ik…eh wij hebben echt niets er mee te maken…maar voor het geval dat, please, bitte en sivousplait help ons en verdedig me als ik eh wij aangevallen worden door die boze wolf….man….mensen…meute…massa….het zijn er zoveel en ik is zo klein, eh wij zijn zo’n klein landje en we hebben jullie toch geholpen…eh toch????
In elk geval is ie blij dat hij nu, na de storm in het glas zuiver mineraalwater, nog maar eens gewaarschuwd heeft dat we op moeten blijven passen en dat het allemaal de schuld is van die grote boze W. Dat heeft in elk geval zoden aan de dijk gezet, want ook onze buren Belg en Deutsch zijn nu bang en waarschuwen voor wat er mogelijk gaat gebeuren als reactie op een slecht gemaakt amateur-videootje van de grote boze W. Net goed, alle stoute ongehoorzame roodkapjes moeten nu maar eens over dezelfde kam geschoren worden, voordat ze alle houthakkers met bijlen zouden opjutten om andere arme onschuldige wolfjes over de klink te jagen. Hij lustte nog wel een lammetje trouwens.
Eerst even plassen.
Hij keek nog es in de spiegel naar z’n rode hoofdje en toen naar beneden. Naar z’n oude speelkameraadje zonder huidje nu. Verrek, zou het daardoor komen. Die keer dat hij ook in de kast was gekropen???? Eén keer spelen, dat kon toch niet al die blindheid verklaren? Nou ja, niet verder over na denken. Het was niet zijn schuld tenslotte. Het was die vermaledijde duvel geweest die hij ook nog even had willen aanhoren, voor de zekerheid..je wist immers maar nooit. Ach ja, jeugdzondetje, niet verder over zeuren…maar toch, nog maar even de handjes vouwen vanavond voor het slapen gaan.
Nog even een keer flink schudden, de laatste druppel zullen we maar zeggen, maar gelukkig, geen reactie meer. Die duvel had ie overwonnen.
Hij draait zich om en loopt weer naar die grote donkere inloopkast. Diezelfde als vroeger. Alleen trekt hij nu z’n schoenen uit, legt een kleedje op de vloer en gaat op de knieën liggen, gezicht op de vloer, richting de heilige stad. Tijd voor het middaggebed.
Na een tijdje komt het pottertje weer uit de kast gekropen. Knietjes nog iets roder geschuurd en nu nog even in de kleermakerszit wat mantra’s moezelen.
Dan zit z’n dagtaak er weer op. Hij haalt opgelucht adem. Het is tenslotte zaterdag en dan mag ie niet werken, dus denkt ie, laat ik eerst maar eens een broodje gaan halen.
Op z’n driewielertje (voor de zekerheid, want je weet maar nooit) trapt hij stug in tegen de aanwakkerende wind. Sneller moet hij, harder trappen, de lucht betrekt en achter elke boom ziet hij het vreselijke gezicht van een geblondeerde w met grote mond en een grote ….eh dat moet maar weer in de kast. De grote lege kast van z’n denkraampje.
 Even later loopt hij enigszins buiten adem de broodjeszaak binnen en besteld een broodje gezond. Als de bediende het gevraagde op de toonbank legt vraagt hij voor de zekerheid nog even met een onzeker piepstemmetje: “’t is toch wel koosjer hé??”