De ogen open.
Alert om me heen kijkend.
Speurend.
Of ik op jacht ben.
Op zoek naar een prooi.
Bewust van alles om me heen.                                                     
Elk geluid. Een takje wat knapt.
Een muisje dat ritselt onder de dorre bladeren.
De lucht van rottend blad en dennennaalden.
De zwaarte van de vochtige lucht.
De ademhaling snel en toch beheerst.
Ogen in m’n achterhoofd.
Het gevoel dat overheerst.
De verbondenheid met de natuur.
Het zoeken naar dat ene moment.
De intensiteit van het beleven.
Het licht dat net goed valt.
Slechts dat ene unieke moment dat het waard is vastgelegd te worden.
Leggen toch alle beelden zich vast in m’n geheugen.
De jager jaagt op licht.
Licht valt op dood hout.
Het vergane geeft weer leven.
Een paddenstoel die er zich mee voedt.
Ik voedt me met het alles.
De camera in de aanslag.
Die ene knip.
Precies de goede timing.
Begin er bijna van te zweten.
Nooit komt dit weer terug.
Niet morgen, niet volgend jaar.
Had ik het niet vastgelegd was
dit niet waargenomen.
Maar desondanks had het nog wel bestaan.
Maar wat is een ongezien bestaan.
Wat is kunst?
Wat is kunst die niet bekeken wordt.
Hoeveel zou er niet in al die kamers staan.
En meer nog in de kamers van de geest.
Die thuis tot rust gekomen, de beelden herbeleefd.
Opnieuw de rush
De inspiratie.
Het werk gaat door.
De ontwikkeling.
De foto is gemaakt.
Het beeld moet nog worden.
Het rijpt langzaam in m’n geest.
Wie weet wanneer het zich zal openbaren.
Misschien vandaag, misschien over een week.
Soms kunnen jaren vergaan.
Maar eens kom wat onvermijdelijk is naar buiten.
Nieuw werk zal steeds weer blijven ontstaan.
Gr. Ruud