Nieuwjaarsnacht.
Nieuwjaarsnacht.
De nacht is gevallen.
Het uur van twaalven is reeds lang verklonken.
Vergeefs de pogingen huiswaarts te keren.
De vuren zijn stervende,.jpg)
.jpg)
De knallen verstommen.
Gesmoord in een wollige deken die nu de wereld omhult.
De diepe duisternis heeft plaatsgemaakt voor een nog duisterder licht.
De dampende nevel die alles verhult.
Het zicht is beperkt tot nul en nog minder.
Ik loop te dwalen in een wereld die ik niet meer ken.
Niets is gebleven van wat ik herken.
De mist smoort alle geluiden en ook nog het licht.
Ik ben stuurloos en voel me reddeloos verloren.
Ben al m’n oriëntatie verloren.
Het grijpt me bij de strot.
Waar is de wereld gebleven die ik eens heb gekend?
Stemmen die klinken vanuit de grijzige wolken.
Een flits van een schim die ik niet herken.
De woorden versmoren in vochtige dampen.
Geli….ig…nw..rrr.
Maar ik weet niet eens meer wat is achter of voren.
M’n denken is tijdelijk gestopt.
De nevelen vermengt met kruitdampen benemen me de lucht.
M’n diepste angsten zien kansen.
M’n gedachten zijn vernauwt.
Ik loop slechts te dwalen en weet niet waarheen.
Hoe moet ik nu verder of is dit nu het einde.
Voel me een blinde en ook nog eens doof.
Vanuit het niets gesmoorde knallen.
Een donder die de zinnen verdooft.
Het einde van de wereld lijkt zo nabij.
Daar om de hoek die ik niet kan vinden.
Vindt ze mij.
Dan kan ik nog niet voelen.
Overstemd door die angst.
M’n adem afgeknepen.
Is dit nu het einde?
Hier ben ik toch nog niet aan toe.
Ik moet en zal verder de nacht tegemoet.
De nieuwe dag zal toch wel eens ontwaken.
Me vinden verloren in m’n dwalen.
M’n hervonden kracht.
Geeft rust aan m’n vertroebelde geest.
Het einde voorbij ben ik toch nog steeds op weg naar een nieuw begin.
Wetend dat dat nooit zal komen, want wat geweest is gaat nimmer meer weg.
Niet echt.
Het verleden dat zal ik mee moeten dragen zolang als ik leef en verder tot het eind van de weg.
De weg die steeds weer verder wordt verlegt.
Die toekomst die lijkt soms zo duister maar is licht vergeleken bij dit soort mist.
Er komt nooit geen einde, alleen een vervolg.
Er is niets verloren.
Iets wordt slechts vermist.
Niemand is echt verdwenen.
Ze worden slechts gemist.
De weg is naar voren.
Er is geen terug.
De weg is lang maar toch slechts een enkele stap, steeds opnieuw weer gezet.
Zo loop ik te dolen veloren in mist.
Zo loop ik te zoeken in mistige werelden verholen in m’n geest.
Zo gaat weer verloren een droom.
Ben ik degene op zoek in de mist.
Zoek ik degene die ik al die tijd het meest heb gemist.
Ben ik op zoek naar mezelf.
Vergeten dat je niet hoeft te zoeken naar wat nooit is verloren.
Ben ik degene op weg.
Met mezelf als enige bagage in deze onpeilbare wereld.
Ben ik op zoek naar die ander.
Kijk ik dan naar de weg of naar de bagage?
M’n reis duurt maar een uur in de nacht.
Maar heb toch even het gevoel de eeuwigheid te hebben gevonden.
Die uren die staan nu voor altijd in m’n geheugen gegrift.
Zijn deel geworden en zullen ooit weer eens losgelaten worden.
Maar voorlopig beleef ik elke seconde.
Ik klim tot boven de mist uit.
Bereik een bekende, een helpende hand.
Voor even ben ik weer veilig.
Tot ik m’n weg weer vervolg.
Hoop dan dat de mist is verdwenen.
Vergeefs zoals later zal blijken.
Hardnekkig is toch die mist in de nacht.
M’n gang is huiswaarts te keren en om tot mezelf weer te komen.
Te vinden de rust.
Te krijgen de kracht.
Om de weg weer te kunnen vervolgen.
Een oud jaar ligt achter ons, het nieuwe voor.
Wat zal het gaan brengen?
Ik wacht wel en zal volgend oud en nieuw weer opnieuw een nieuw jaar beginnen.
Maar heb er voor nu en heel even genoeg van gehad.
Nog één keer dan de beste wensen.
Ja, dat jaar komt wel goed, dat weet ik zeker.
Zeker na zulk een zware nacht.
De mist zonder schade overwonnen.
Als de mist en de kruitdampen morgen op zijn getrokken eindelijk een nieuw begin.
Een begin dat niet meer is dat slechts het vervolg……
Gr. Ruud