De vreemdeling.
 
De vreemdeling, hij opent zijn ogen.
Het ontwaken.
Staart verwondert voor zich uit.
Ben ik dit nu?
Wat is dit om me heen?
Een vreemde ongekende wereld.
Heb ik zoiets ooit al eens gezien?
Het gevoel van een vreemde in een nog vreemder land.
Het ontbreken van het begrip.
Het ontbreken van de logica.
Het zijn dat is ingemetseld tussen muren.
Muren die omsluiten de geest.
 De geest die nooit de vrijheid heeft gekend.
Noch zoekt.
Niet kan zoeken wat hem niet is bekend.
Vergeefs zoeken ogen het spoor van de vogel die voorbij is komen vliegen.
Vervlogen de dagen van weleer.
De herinnering die mij ontbreekt.
Ben ik dan niet die vreemdeling.
Zo dwalend door de wereld.
Nog steeds op zoek naar wat nooit is weggeweest.
Die mist wat is niet zoek, die blijft zoeken in de verkeerde hoeken.
Soms ook in overbodige boeken.
In morgen of in wat gisteren was.
Vergeet steeds het leven in het nu.
Blijft steeds maar zoeken naar die wereld om de hoek.
 De ziel onder de arm.
Het hoofd veelal gebogen.
Schuchter kijkend naar de vreemde wereld.
De wereld die hem nog steeds maar niet begrijpt.
De wereld die hij nooit heeft begrepen.
Staat nog steeds open voor gesloten deuren.
Begrijpt de sloten, alleen niet waarvoor ze nodig zouden moeten zijn.
De mensen staren vanachter hun gesloten vensters naar een vreemdeling
Iemand die zij niet begrijpen.
Is als één of ander wezen uit een andere wereld.
Zo vreemd, zo puur.
Zou het kunnen zijn?
Zelfs echt.
Ben ik het die ik daar tegenkom?
In vreemde buurten.
De ogen onbevangen.
Geen vooroordeel en zonder enige verwachting.
Hij kijkt me aan.
Lijkt bijna gebroken.
Gezicht vol scheuren.
Het gaat niet om de barsten, maar om de reflectie in het glas.
Die die mij volgt.
Tot aan de hoek
Om dan weer te verdwijnen.
Hij loopt maar door en blijft in vreemde ogen
Toch altijd
Slechts een vreemde gast.
Gr. Ruud